Op C-mine Expeditie

Google eens “C-mine expeditie”. 9 van de 10 resultaten kauwt het zinnetje uit de brochure na: “C-mine expeditie, een uniek belevingsparcours in ondergrondse mijngangen.” Geen woord van gelogen dan ook. Misschien wel wat overdreven.

C-Mine. Want daar is het. Of toch, zo heet het daar tegenwoordig: serieuze verbetering ten opzichte van “De mijn van Winterslag”.
Expeditie. Want dat is het. Niet zozeer in de zin van “een (wetenschappelijke) ontdekkings- of onderzoeksreis die vaak naar vreemde en afgelegen gebieden leidt en daardoor vaak gebonden is aan behoorlijke inspanningen en beperkingen“, eerder in de zin van “Wandeling van een kleine kilometer met veel stops en 4 trappen”.
Uniek. Want dat is het. Zoals elke plek op aarde uniek is. En zandkorrel. Voor de rest is het een aardige tentoonstelling met interactieve elementen in een mooi industrieel gebouw.
Belevingsparcours. Absoluut. Alle zintuigen komen aan bod. Zicht: check (er zijn filmpjes in mooi geconstrueerde kijkkasten, en een ferme periscoop die je toelaat ook terug in de tijd te kijken). Tast: check (excuses, mevrouw). Gehoor: check (er is een knappe machinekamer waarin de geluiden uit de mijn loeihard tot u komen na het draaien aan knoppen, hendels en andere bedieningspaneeltoestanden). Smaak: check (de expeditie is met veel zin voor goeie smaak opgebouwd). Reuk: uncheck (maar er schijnt tot vorig jaar een geurinstallatie te hebben gestaan. Nu staat er op die plaats de Mine Duster, een wasinstallatie die vast “uniek” is: je kan er een foto nemen waarop je bekleed met kolenstof opstaat – redelijk uniek voor een “expeditie” waar geen kool, laat staan kolenstofdeeltje te zien was, en dan nog nàdat je je in de wasinstallatie gewassen hebt).
In ondergrondse mijngangen. Absoluut. Want ook -1 is ondergronds, toch? En een gang in een mijn is een mijngang, wat het woordenboek ook moge beweren over “tunnel uitgehouwen in de grond etc.”

C-mine

Dat soort verwachtingen maakt de C-mine expeditie dus niet helemaal waar. Maar “een slim geconstrueerde wandeling door een wat gangen in de ex-mijn van Winterslag“, dat is het wel.

Zeker een aanrader met kinderen is zoals wij de “Cyriel de Krekel” expeditie doen. De kinderen krijgen dan een zeer leuk gemaakt boekje en een gordel met gereedschappen en moeten op een aantal plaatsen in de wandeling aan de slag om tips bij elkaar te sprokkelen. Die tips leiden dan naar de plaats waar ze Cyriel kunnen vinden. (Extra tip, voor de wat luiere kinderen: alle tips staan ook gewoon op de bladzijde voor die waar ze moeten gaan zoeken). Na afloop kunnen ze nog een Cyriel de krekel medaille persen (wel een slimme manier om die gordels terug te krijgen, dat). De kinderen waren dus zeker content, al was er ook wat teleurstelling omdat ze niet de indruk hadden echt ondergronds of “in” de mijn te zijn geweest.

C-Mine expeditie.

Er wordt – zo zagen wij vanop de liftblok – ondertussen op het middenplein een doolhof in elkaar gelast. Dat lijkt ook wel iets leuks te worden. Zolang ze het maar niet in de markt gaan zetten als het “C-Mine Labyrint, een uniek wandelparcours in waanzinnige spelonken“.

Puur

Er was het cijfer 45. En de zin om dat te vieren. Puur.

Eerst met Pure-C. Restaurant in Cadzand (Zeeuws-Vlaanderen), een idee van Sergio Herman, die er aan het hoofd zijn rechterhand Syrco Bakker plaatste. En met succes, want de man (27 maar) verdiende dit jaar zelfs al een eerste Michelinster.
We waren daar al eens geweest, een jaar of twee geleden, in de winter, en dat was een van onze beste “culinaire ervaringen” ooit. Vlotter dan de sterrenrestaurants, maar zeker even verfijnd. Prachtige setting, tof personeel, en bovenal: zeer inventieve gerechten, met zeer knap verwerkte invloeden uit allerlei wereldkeukens (Indonesisch, Marokkaan, Japans …).

Dat viel dit keer minder goed mee. De verfijning was er nog altijd, en de setting was onverkort fantastisch, de aperitief op het terras zalig. Maar de menu viel dit keer wat mis uit. Mooi allemaal (kijk niet te veel naar mijn iphone-kiekjes, die dingen verdienen Tony Le Duc), maar iets te veel van het goede allemaal. Te veel pochen met kunde, dan puur op smaak. En minder wereldkeuken dan we ons herinnerden.
Van de hapjes en de eerste gangen niks dan goeds, integendeel, maar dan toch wat achteruit (iets uitgesproken vies in het gerecht met makreel / koud vlees in het enige vleesgerecht / schimmelkaas nadat ze eerst waren komen informeren welke kazen we niet lustten  – we zeiden liefst geen schimmelkaas / een saus van roos op het dessert dat zonder de saus van roos heerlijk was geweest). Hoge verwachtingen dus, maar toch wat tegengevallen.

Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen Zeeuws-Vlaanderen

Maar niet de rest van de tweedaagse. Want na het restaurant, een nachtje puur genieten. In het Stradhotel in Cadzand-Bad. Hetzelfde gebouw waarin de Pure C zich dus gevestigd heeft. Nu nog min of meer kleinschalig, maar binnenkort een zeer groot project: de Cie het Zoute gaat dat daar verbouwen en een mastodont van een verdieping of 8 van maken. Hopelijk geen voorbode voor de rest van Cadzand. De avondwandeling in de zee, de kamer, en het ontbijt waren heerlijk.

Meeuwen

Dan met een dagje pure ontspanning. Twee fietsen gehuurd. En – kinderloos, dat helpt – nog eens een echt flinke tocht kunnen maken. Door de duinen, langs het strand, Cadzand, Nieuwvliet, Groed-Bad, Breskens, Nummer Eén, Schoondijke, Groede, Nieuwvliet en weer terug in Cadzand. Een kilometer of 50.
Dank God voor gelzadels! Herinner God ook aan meer gel in gelzadels!

Zeeuws-Vlaanderen

Onderweg ook zin gekregen in een vakantie volgend jaar. Men heeft daar op het strand immers een tiental prachtige huisjes neergepoot. Panoramisch zicht op de zee en niks anders. Lijkt me zalig. Te onthouden.

Zeeuws-Vlaanderen

Dan even een ander puur. Van al dat fietsen natuurlijk zin in een plons in de zee gekregen. Van de nood (zwemkledij om een paar dagen naar de zee te gaan, wie denkt daar nu aan?) een deugd gemaakt (van de Pure C naar in onze pure in de zee dus). Even erin, en dan zalig de zeebries het opdroogwerk laten doen. Zalig, zei ik al zalig?, al was het dan met wat zand op verassende plaatsen achteraf.

Zeeuws-Vlaanderen

En dan nog een afsluiter. Geen Pure-C meer, maar een van de vele mooie strandtenten die daar in Zeeuws-Vlaanderen om de kilometer of zo de kust markeren, en die om bij het thema te blijven zeer handig “Puur” heette. No frills, maar als ik eerlijk ben bijna net zo genoten van onze “Mixed Grill” en “Kip met pindasaus” als van de Pure-C de dag ervoor. 40 euro in de plaats van 250. Omdat er vanalles mag zijn – hoge verwachtingen en lichte tegenvallers, en lage verwachtingen en meevallers.

45 dat is er dus nu. De zon gaat al een beetje onder. Maar in schoonheid.

Zonsondergang in Zeeuws-Vlaanderen.

 

Voorbij

Ik bracht zonet in de auto, de eerste werkdag na een fijne vakantie, een versie van de kutklassieker “’t Is alweer voorbij die mooie zomer”.

Terzijde: Ik beschouw het als een serieuze constructiefout van de natuur dat de dagen korten in de zomer: zo dragen wat de mooiste dagen van het jaar zouden kunnen zijn al de onvermijdbare melancholie van de vergankelijkheid in zich mee. Dat, en muggen, en zonnebrand.

Een opname van mijn grunt-versie bestaat niet, maar de tekst ging zo:

(Roept) ’t Is alweer voorbij, die mooie zomer.
(Kreunt) Het begon… wanneer was het nu ook alweer?
(Jammert) Ooooooh, ik wist dat er een einde aan moest komen,
(Schuimbekt) maar moest dat … met een machinegeweer?

Daar had ik in de eerste zin bijna “deugddoende vakantie” in plaats van “fijne vakantie” geschreven. Maar bij nader inzien was de moordlust waarop het voorbijzijn van zo’n vakantie inspireert toch niet helemaal bij de deugden te klasseren.

’t Is alweer voorbij, die mooie zomer. Het begon wel ergens op een mooie dag
Ooooooh, ik wist dat er een einde aan moest komen,
maar het eind is toch nooit een lach.

Limburg wint

Een mens komt wat tegen op de baan. De nieuwe Bob-campagne bijvoorbeeld, een keer of 20 als je van bij ons in Balegem naar m’n ouders in Limburg rijdt.

Ligt dat nu aan mij en mijn overdreven snelheid in het voorbijzoeven van die borden, of zijn die vier gele mensen, vooraf georganiseerd en volledig "KLAAR OM TE BOBBEN!", zo weggelopen uit – of toch alleszins rijp voor – Guantanamo? Nu ik het eens rustig en online bekijk: NEE, dat ligt dus niet aan mij of mijn overdreven snelheid.

Klaar om te BOBBEN?

Wat ge tegenwoordig ook tegenkomt, als ge binnenkomt in Limburg is niet meer het ouderwetse "De Limburgers heten u welkom". Maar windmolens. Met daarop sinds kort het opschrift "Limburg Win(d)t".

Daar kan ik mij dus over opwinden. Over dat ik wel weet dat ze allicht bedoelen "Hé, Limburg wint door de wind", maar dat je hun spitsvondige naam op die manier geschreven alleen kan lezen als Limburg wint / optioneel Limburg windt. Limburg wind/t, daar had ik nog mee kunnen leven, nu zit ik mij dan af te vragen waarom Limburg wel windt, of waarheen Limburg windt, en hoe lang Limburg nog windt. Ja, het zijn lange ritten.

Dat allemaal trouwens maar als opstapje om te zeggen dat op deze blog de wind de komende week volledig uit Limburg zal komen waaien.

Ik kreeg een tijd geleden immers een persbericht"Wijnfestijn in het Hart van Europa", over een mooie wijnroute in de regio Belgisch Limburg, Nederlands Limburg en Luik: wijndomeinen bezoeken, lekker eten, mooi overnachten.
Dat leek mij wel wat voor een lang weekend, en al helemaal toen het later ook mogelijk bleek dat deels op uitnodiging van de Toerisme Limburg, VVV Zuid-Limburg en de Luikse FTPL (Fédération du Tourisme de la Province de Liège) te doen.

Een programma werd uitgestippeld, zodat ik de komende dagen Vlaanderen Vakantieland-gewijs op bezoek kan bij wijndomeinen Schorpion (Kortessem), Aldeneyck (Maaseik), Le Coq Frisé (Epen, Nl) en Fleur de Franchimont (Theux), kan gaan eten in ’t Vlierhof (Bilzen), de Beurs (Maaseik) en de Gerardushoeve (Epen) en kan gaan overnachten in Kasteel Wurfeld (Maaseik) en hotel Ons Krijtland (Epen, NL). Als dat niet schoon is.

Nu nog een geheel georganiseerde en in waanzinnig geel uitgedoste set van Bobs kidnappen – al dat wijn proeven gaat toch enige alcoholdrempels overschrijden, vrees ik – en we zijn klaar. Limburg wint, altijd.

Mehdia

Een beetje de tel kwijt, maar ik ben (mede) via m’n blog voor de verandering nog eens op reis geweest deze maand. Persreis naar Oostenrijk, Club-Med-vakantie in Marrakech, autotestrit in Portugal, concert in Parijs … het is al een bijzonder jaar op dat vlak geweest. But keep ‘em vooral coming 😉 

Nu heb ik een week in Mehdia gezeten. Een kuststadje in Marokko, net buiten Kenitra, dat op zijn beurt weer een soort voorstad is – een hele grote dan – van de hoofdstad Rabat.

Mehdia/Mediyah/Mehdya was nogal slaperig en gezapig, enkel in de maanden juli en augustus barst het kuststadje uit zijn voegen: veel Marokkanen vluchten er dan naartoe voor de hitte van het binnenland, en ook voor “terugkeer-marokkanen” is Mehdia in de zomer een populair plaatsje (mijn advies, blijf er dan weg, ga in sept/okt of april/juni):

Strand / Mehdya / Marokko _DSC0635

Deze coastal town (that they didn’t forget to put down, maar wel voorlopig vergaten helemaal af te maken) ligt aan de monding van een rivier:

Monding rivier / Mehdia, Marokko Monding rivier / Mehdia, Marokko

Met daarin ook een vissershaven. Zeer indrukwekkend als de boten terugkomen met een wolk van meeuwen in het zog:

De visservloot keert terug

Het heeft ook een zéér lang en breed fijn zandstrand. Even buiten het dorp geen bewoning of volk meer in zicht. Twee nadelen aan het strand: de zee is hier een oceaan – zeer wild en met een verraderlijke onderstroom, het is daardoor dan weer wel zeer surfbaar – en het kan zeker in de buurt van het dorp een opkuisbeurt (of drie) gebruiken.

Panorama / Strand Mehdia, Marokko

Aan de achterkant van het dorp ligt een groot meer, een natuurreservaat Sidi Boughaba, met voer voor vogelliefhebbers:

Nationaal Park / Meer Sidi Boughaba / Mehdya / Kenitra / Marokko Nationaal Park Sidi Boughaba / Mehdya / Kenitra / Marokko

Naast de pier is de grootste overige bezienswaardigheid en flaneeruitstapje van Mehdia de Kasbah (een versterkte burcht):

Kasbah / Medhia, Kenitra / Marokko

Vlakbij ligt Kenitra, voor alle inkopen: er zijn twee grote warenhuizen à la Carrefour, maar uiteraard ook een centrum vol winkeltjes. Niet echt een souq à la Marrekech, Kenitra is geen oude stad.

Groentemarkt / Kenitra / Marokko Groentemarkt / Kenitra / Marokko

Ook in Kenitra: als je even naar boven kijkt, bijna op elke lantaarnpaal een ooievaarsnest, ’s avonds ooievaar incluis. En als je naar beneden kijkt zie je vast een kat.

Ooievaars in Kenitra Poesje in de Soekh / Kenitra / Marokko

Eén grote uitstap maar gemaakt in de wijdere omgeving gemaakt wel, naar Rabat. Veel monumenten, met tombes van Marokkaanse koningen:

Rabat / Paardenwachters Rabat / Mausoleum

En een heerlijke wandeling door de soeks. Want dit was zoveel leuker dan Marrakech, waar je om de vijf meter wordt aangeklampt. Hier bijna geen toerist te zien, geen “ali baba”, en bovendien had ik er drie (half)-Marokkaanse gidsen voor het pingelwerk.

Rabat / Straatje

Goed gegeten, goed geslapen, de zon gezien, en mij eens een weekje voluit met m’n fotomateriaal kunnen uitleven, privé chauffeur, foto-assistentes… 
Wat wil een mens nog meer? Meer! Meer!, dat wil een mens dan 😉

Let your body drive? It did.

De inleiding over de magnifieke hotelkamer in Portugal waar ik begin deze week belandde is al geleverd, de terugkeer onterdussen al lang een feit. Tijd voor een verslag van de rest van de reis en een “Obrigado, Peugeot”, hetgeen zoveel betekent als “BedanktFrans automerk dat de redelijk geweldige ingeving had mij naar Portugal uit te nodigen ter voorstelling en uitproberen van hun nieuwste automobilistische uitvinding“.

Niet dat ik alleen was. 6 weken lang al worden er uit de meest verscheiden windstreken busladingen journalisten overgevlogen naar Cascais. In mijn geval een gezelschap van de Australische, Zuid-Amerikaanse en Israëlische autopers, aangevuld met een stel “blogeurs” uit Spanje, Portugal, Duitsland, Frankrijk en Nederland (te weten mezelf, al bleek ik redelijk Belgisch, en Evy mit Betting Agent Bandar Bola in Asia, die ook Belgisch bleek).

Een post met de harde autotechnische bevindingen komt er, deze keer doe ik van fotoalbum en reisverslag.

Op dag 2 was er tijd voor gezegde blogpost, een fijn ontbijt, een morgenwandeling in en rond het hotel in de duinen en een blik op de hemel, die niet bijzonder veel Mediterraans weer beloofde. Wat nog vrij logisch was, eigenlijk, want Cascais ligt aan de Atlantische Oceaan. Buiten stonden de 208’en al in een grote groep (meute? vlucht? kudde? parking?) op ons stonden te wachten.

Oitavos + 208'en

Maar eerst naar de perszaal, voor de eerste kennismaking van kortbij met de 208,

Test peugeot 208

en een infomoment over de opzet van het gebeuren. Er zou een testrit gemaakt worden van ongeveer 100 km heen, en via een andere weg weer terug, over een heel wisselend parcours (een beetje snelweg, landweg, heuvel, kust …)

Test peugeot 208

De Nederlanders (Belg blijkend) vonden elkaar, en vormden team. Evy bleek een halve BV nog ook – ze heeft er al een tv-carrière als cultuurjournalist bij TV-Brussel en verbouwster bij bvb “Bouwen aan Geluk” en “Chef in Nood” opzitten (lees anders Evy Puelinckx haar bio). Natuurlijk mocht zij dan ook de kleur van de auto kiezen.

Test peugeot 208

Een testrit van 100km in sterk wisselend weer volgde, nu eens met ondergetekende, dan weer met Evy aan het stuur(tje).

Evy aan het stuur

Hoe hoger we klommen, hoe mistiger het werd, anders zouden de vergezichten vast geweldig geweest zijn

Test peugeot 208

Bestemming was Quinta do Convento, de boerderij van het klooster, waar deze groepsfoto van de bloggers werd genomen door Elodie van Buzzparadise (haar smulblog). U ziet onder andere Alex (der Probefahrer), Stefano en Daniele (10.it) met tussen hen in Evy (voor Ziezozon),  Arild (auto.germanblogs.de) en Ludovic (blogosports).

6946805384_57fd112bba.jpg

Team Holland Belgium deed pitspoesgewijs natuurlijk ook zijn ding:

Test peugeot 208

Hier kwam Evy haar tv-ervaring ook even boven drijven om een tussenfilmpje op te nemen. De ratelende Chileense reporter moet u er maar bijnemen:

Er werd daar lekker gegeten in groep (dju, vergeten te informeren naar de prijs van dat stulpje, het leek mij anders uitstekend geschikt voor het lentefeest van Daantje, dat er over een maand aankomt)

Lunch @ Quinto de Convento - Portugal

Dan autowissel, en via een zeer mooie weg de terugtocht. Er was tijd te over, dus konden we een lange stop in Sintra (geen enkele gelukte foto, maar wel genoeg gezien om dat daar zeer de moeite te vinden – niet voor niets Unesco werelderfgoed – en er eens ooit naar terug te willen). Volgende stop was Cabo de Roca, de meeste westelijke punt van Portugal en continentaal Europa.

Cabo de Roca - Cascais - Portugal

Evy Puelinckx

Op eenvoudig verzoek vormde deze helft van team Belgium met enkele Duitse testpiloten een (gelukkig mislukte) boysband

IMG_2338

Ternauwernood terug in het hotel, al tijd voor cocktails bij het zwembad (black mojito)

Het leven van een autojournalist kan hard zijn. #peugeot208

en dan een persconferentie waarin de verzamelde pers in een taal of 5 en een keer of 3 per taal kon vragen of er ook een GTI-versie van de 208 gaat komen.

Persconferentie Peugeot 208

Daarna nog eens (matig lekker) eten aan de rand van de oceaan. Hetgeen beter klonk dan het was want het eten was niet echt super en van de oceaan was door de pikzwarte nacht ook niks te zien. Nadien terug naar het hotel en tot een uur of 3 een nachtelijk polyglotte groepsbabbel over auto’s en design en moeders op Facebook.

Bloggers @ night

Op dag 3 een ontbijt met slaapogen en een vrije solorit met nog meer 208’s (andere motoren). Met eentje deed ik een toertje in Cascais, met de tweede ging ik terug naar Sintra (en reed er nogal verloren door een falende GPS, maar gelukkig geraakte ik na een tijd op het parcours van de dag ervoor en kon m’n weg terug naar het hotel min of meer herinneren).

Laatste ritje met de #peugeot208 voor de aftocht richting BE

Daarna wilde ik nog eens in de Spa van de Oitavos duiken, maar de checkout moest voor 12 uur  gebeuren en de Spa mocht niet na de checkout. Nu ja. Wat rondhangen in de lobby dan maar, en wachten op de shuttle terug naar Lissabon. Wel grappig hoe onderweg en tot aan de boarding gate van de luchthaven de 208 ons bleef achtervolgen. Let your body drive. It already did, Sir.

let your body drive @ lisbon airport

En a good maar redelijk vermoeiende time en een behouden thuiskomst was had by all.

Een vroeg prototype over de de bevindingen met de auto staat klaar en hebt u, de vele mensen van Peugeot, Mario & Elodie van Buzzparadise, de “gentils organisateurs” van dit gebeuren, nog te goed. Een welgemeende “obrigado” hebben ze dus al.

The Oitavos

Schreef ik gisteren nog op Twitter

Hoe zot is dat eigenlijk niet? Voor de 3e maal in 4 maanden, louter dankzij mijn blog, het vliegtuig op. Vanavond hier: The Oitavos

En toen had ik mijn kamer nog niet gezien.

Of de andere kan van mijn kamer

Of het badgedeelte van mijn loft/hotelkamer, waar ik gemakkelijk mijn gans gezin van vijf in was kwijtgeraakt.

En vanmorgen mijn balkon, met zicht op de oceaan een paar honderd meter verderop, dat spreekt. Nu nog wat bewolkt, maar het zou subiet gaan opentrekken en een mooie lentedag worden.

Sjiek doesn’t even describe it. Dit hotel is design van voor naar achter.

En het waarom van deze trip? Na de persreis naar Oostenrijkse sneeuwactiviteiten in December, de probeerreis naar de Club Med van Marrakech in Februari, ben ik nu weer uitgenodigd op een testreis voor autojournalisten. Door Peugeot deze keer.

Seffens voorstelling van de nieuwe Peugeot 208, en er dan een dagtrip mee maken hier in de regio van Lissabon. Daarover later meer.

Nu genieten, of het zwembad eens gaan uitchecken. Of de spa? Of eens wandelen naar het strand? ontbijten, misschien? Choices, choices. Watten. Datte.

 

Reis in een reis

Van de twee laatste dagen in Marokko, daar kan ik ook nog eens wat dia’s van tonen, sprak Nonkel Dirk die avond. En hij zette zijn diaprojector aan. Het jong volk zuchtte. Als nonkel Dirk begon, dan had hij nog niet gedaan, met zijn slome flutdia’s altijd.

Telouet

(dia 1: detail van een wanddecoratie in de Kasbah van de Glaoui in Telouet. Als ge er lang genoeg naar kijkt wordt  het precies een vrouwenborst. Nog even doorkijken, het wordt dan vanzelf wel weer een tafelkleedje).

Doorgaan met het lezen van “Reis in een reis”

Pingelen

Leuk spel hier ontdekt in Marokko. Het heet pingelen. En je hebt verloren als je meedoet.

Stap 1: Je wandelt rond. Geeft uw ogen de kost. Mensengewriemel, winkeltjes, brommers, jellabah’s, geiten, gesluierde vrouwen, kindjes met ondeugende blik, pubers waar je in België een omwegje voor zou maken, baarden, oude peetjes op een ezelskarretje, stoffen, beslagen deuren, het pleintje hier of daar, de afdeling electrische toestellen van ons containerpark hier per soort van toestel goed voor een winkeltje, meer stoffen, meer mensen, meer brommertjes. En zo wandel je nietsvermoedend het web van de spin in, dieper en dieper. Je hebt al verloren, maar je weet het nog niet. 

Stap 2: Je laat je ogen rusten op iets wat vaagweg interessant lijkt. Het begin van je val. Je ligt er al, maar je weet het nog niet.

Stap 3: De jager verschijnt. De spin heeft zijn prooi in al ingeschat. Wil u iets beter kijken? I make you good price, sir. Resistance is futile at this point. 

Stap 4: Je geeft aan niet geïnteresseerd te zijn. De spin wordt een kat. Ooh, een muisje, dat wil spelen. Hoe schattig.

Stap 5: Wat wil u ervoor geven? Je hebt geen idee. “Ca dépend du prix”, zeg je. U sloeg zonet een gat in uw budget.

Stap 6: De verkoper noemt een prijs. Het equivalent van eerst iemand in het drijfzand duwen, en hem dan een takje voorhouden.

Stap 7: Je vindt dat uiteraard te duur. Maar door de gezegde prijs krijgt het object een waarde. Zoals walvissenkots plots amber wordt. Je lacht. De lach der hopeloze. Je stapt in het ritueel. Je zegt een prijs, een derde of zo. Je maakt hiermee je verlies officieel.

Stap 8: De jager laat de prooi in zijn waarde. Komt naar beneden met zijn prijs. Ruïneert zijn arme kindertjes. Laat zijn zaak vrijwel failliet gaan. Is een waardeloze handelaar, de schaam van zijn beroep. Het is het spelen van de kat. Die zijn prooi al diep en dodelijk vast heeft.

Stap 9: Is de stap die in de vrijwel alle handboeken over pingelen staat beschreven. Onderhandelingstactieken als “doen alsof het u niet meer interesseert”, “gespeeld weggaan”, “uw laatste bod doen”, “zeggen dat ge niet meer geld bijhebt” … allemaal praat voor de vaak. U hebt het spel al verloren, kan hoogstens iets minder hard verliezen. Vincent Kompany aan de microfoon, over de laatste match van de Rode Duivels of zo. 

Stap 10. U hebt teveel betaald. Voor brol. De jager feliciteert zijn slachtoffer. Amai u kan onderhandelen. wat is uw nationaliteit? Belg? U had net zogoed Berbers kunnen zijn. Het is de kat die zijn muis feliciteert, met zijn geweldige tegenspartelen. Het is de spin die informeert vanwaar die sappige vlieg kwam, en al likkebaardt bij de volgende prooi die in zijn web gaat lopen.

Het resultaat, van twee namiddagen in het web, de soek van Marrakech, rondlopen.

4 seasons in onze day

4 seizoenen in een dag, Crowded house zong er ooit van, wij zitten erin. Als ge die seizoendetails als vallende bladeren, bottende bomen en dergelijke weglaat tenminste. Het weer, daar had ik het over. Bij het ontwaken lente, goed genoeg om buiten te eten, maar niet goed genoeg om dat zonder een dikke trui te doen. ’s Middags volle bak zon, goed genoeg om in uw zwembroek aan de rand van het zwembad cocktails te drinken en na één dag al een roodverbrande neus te hebben. ’s Avonds herfst, goed genoeg om door de stad te wandelen in hemdsmouwen, maar bepaald fris als de zon helemaal verdwenen is. En eenmaal 10 uur, winter, dicht bij de nul graden ineens.

Maar dus ook, een geweldig weertje om vanalles te doen, en laat dat nu net een van de points forts van de Club Med zijn. En zo hebben wij hier al gemountainbiket (in de lente), gezwommen (in de zomer), van soukbezoek gedaan en de mensenexplosie van Jmaa El Fnaa bekeken (in de herfst) en in de Hamam gekropen (in de winter). 

En nu zijn Michel, Sandra en Annemie op kookles (in de lente), gaan we straks de tuinen van Marrakech bekijken (in de zomer), gaat er worden paardgereden (in de herfst) en straks van de uitgebreidste buffetten die ik al ooit heb meegemaakt worden gegeten (in de winter).


Hell, zelfs terwijl ik dat hier typ, zijn er vier seizoenen. Mij voorkant heeft het warm in de zon, mijn achterzijde te koud in t-shirt. En mijn zijkanten doen compromisbereid van lente- en herftstemperaturen.