MagritteMuseum

Of ik eens mijn mening over mijn favoriete Belgische museum wilde kenbaar maken? Vroegen de mensen van de Museumprijs (via Adhese). En dat ik mijn favoriete museum ook gerust eens op hun kosten mocht bezoeken, en nomineren voor de Publieksprijs (u kan zelf ook stemmen, en wel tot 28 mei, en kan daarbij in het beste geval zelfs een Citytrip winnen).
Leuk, alhoewel dat wel wat lijkt op informeren bij een geheelonthouder naar zijn favoriete Single Malt op Eik Gerijpte Whiskey van ouder dan 23 jaar. Om maar te zeggen dat het gat in mijn cultuur tegenwoordig aan de grote kant is.

Mijn favoriete museum, dat moest ik dus nog gaan ontdekken. Op naar het Musée-Magritte-Museum in Brussel. Torent bovenaan de Kunstberg, en dankzij het opvallende blauwe wolkjesraam zelfs op grijze dagen een surrealistisch lichtpuntje in de dagelijkse pendeltocht. Maar ik was er nog nooit binnen geweest. Dat werd dus tijd.
Alhoewel, zo lang bestaat deze afdeling van het Museum voor Schone Kunsten aan het statige Koningsplein nog niet. Een jaar geleden geopend omdat de collectie van de Brusselse surrealist uit zijn voegen barstte. En Margritte natuurlijk een serieus museum verdiende, parbleu (met witte wolkjes)!

Er worden daar geen foto’s getrokken, zegt het reglement. En getrokken foto’s worden van uw iPhone gewist, zegt de praktijk in de vorm van een uit het niets opduikende suppoost. Vriendelijk gevraagd, dat wel. Maar u moet het dus qua fotografische verluchtiging van deze blogpost met een buitenaanzicht doen:

Musée Magritte Museum

En met enkele (kritische) indrukken:

  • Magritte’s schilderijen zijn veel vlakker dan ik me herinnerde: soms denk je dat je naar posters zit te kijken, en bij een bezoek aan de museumshop achteraf blijkt inderdaad dat die werken op een goed gedrukte poster bijna even goed tot hun recht komen.
  • Enkel van de eindperiode hangen er echte topwerken, van de periodes daarvoor is de spoeling toch wat dunner. Wel kwantiteit (300 werken), iets minder kwaliteit. Ook daarvan getuigt de museumshop achteraf, want daar zitten tussen de postkaarten en de posters veel straffer werk dan er in het museum zelf te zien was. Zeker het ontbreken van enkele iconische Magrittes ("ceci n’est pas une pipe", bolhoeden …) stoort toch.
  • Het museum beperkt zich niet tot de schilderkunst van René Magritte: ook reclamewerken, brieven, publicaties in tijdschriften, uitnodigingen voor tentoonstellingen, manifesten, foto’s, films, en zelfs een lied komen aan bod. Op de bovenste twee verdiepingen (je begint vanboven en daalt dan af) zelfs wat te veel.
  • Het museum geeft bijna evenveel aandacht aan de woorden als aan de werken van Magritte. Passend voor een man die de relatie tussen beelden en woorden tot een van zijn hoofdonderwerpen maakte. Maar, ook hier, wat meer topwerken uit zijn oeuvre op die plaatsen, zou het zeker niet slechter maken.
  • Er is uitgebreide aandacht voor Magrittes uitstap naar de Communistische Partij vlak voor en na de tweede Wereldoorlog. Zou dat ook het geval geweest zijn als hij een Nationaal-socialist was geweest?
  • Alhoewel het gebouw waarin het Magritte Museum gevestigd is massaal veel ramen heeft, werd er gekozen om binnenin valse muren te maken en te werken met spaarzaam kunstlicht. Samen met de donkere muren geeft dit een erg donker beeld. Bedoeling: de bezoeker laten verdwalen in een donkere nacht, met Magritte’s werken als dromerige lichtpunten. Geslaagd.
  • Er werd gekozen voor een chronologische benadering, terwijl Magritte zelf zich eindeloos hernam en bleef werken rond thema’s/beelden. De chronologie helpt de mens Magritte beter te begrijpen, maar niet noodzakelijk zijn kunst.
  • De museumcatalogus is zijn 15€ meer dan waard. Hier geen chronologie, maar thema’s, mooi geïllustreerd en goed geschreven. Het museum zelf vind ik met 8€ wat te duur: tot voor een paar jaar waren de meeste van de getoonde werken van Magritte immers nog gratis en voor niks te zien in het Museum voor Schone Kunsten.

Al met al beslist een bezoek waard, het Musée Magritte Museum. En dat het een waardige winnaar van de Museumprijs 2010 zou zijn, dat is zeker.

Zwermgedrag

Altijd al bang van massa’s geweest. Er nooit gerust op dat die de juiste beslissingen nemen. En sinds gisteren nog een beetje meer. De dodenherdenking op de Dam in Nederland:

Scheelde geen haar (een beetje minder plaats om uit te wijken, een muur, een struikelaar) of er waren daar een paar doden meer te herdenken geweest. Door een beetje gekke man, een gil, en de paniekreactie van een paar duizend mensen tegelijk. Zeker mee in de hand gewerkt door de dolle chauffeur die vorig jaar inreed op de massa van Koninginnedag, en de angst voor een herhaling die nog nazindert.

Massapsychologie. Mensen in een massa denken anders dan ze individueel gedacht zouden hebben. Eentje gilt gevaar, de omstaanders die het “gevaar” zagen denken “pff”, maar de omstaanders daarvan horen enkel de gil dichtbij en gaan opzij, waarna de omstaanders daarvan wegrennen enzoverder enzovoort.

Zo vanuit de lucht bekeken lijkt de paniekreactie van de massa dan ook precies op het gedrag van een zwerm vogels, of een school vissen aangevallen door een haai.

Er zit dus ook schoonheid, en zelfs intelligentie in zo’n zwerm. Er is zelfs een tak van de wetenschap die zich op het bestuderen van dergelijk gedrag bezig houdt: swarm intelligence, de theorie.

SI systems are typically made up of a population of simple agents or boids interacting locally with one another and with their environment. The agents follow very simple rules, and although there is no centralized control structure dictating how individual agents should behave, local, and to a certain degree random, interactions between such agents lead to the emergence of “intelligent” global behavior, unknown to the individual agents. Natural examples of SI include ant colonies, bird flocking, animal herding, bacterial growth, and fish schooling.

Elk individu in de zwerm heeft dus maar een klein beetje informatie (een vogel in de zwerm blijkt 5 à 7 andere vogels in de gaten te houden), maar op basis van die informatie kan de groep haast een eigen leven gaan leiden (zwenken een paar van de vogels die hij in het oog houdt uit, zal onze vogel ook gaan zwenken, en volgen op hun beurt weer enkele hem). Mierenkolonies blijken zo te bestaan uit miljoenen relatief domme deeltjes, maar krijgen als groep een intelligent gedrag. (Meer lezen: Swarm Theory, uit National Geographic).

Zo bekeken is de domme nederlandse reactie dus zò dom nog niet. Overlevingsinstinct, weg van het gevaar. Dat er in dit geval geen gevaar was, maar alle individuen begonnen te rennen omdat ze eigenlijk te weinig informatie hadden om een goeie inschatting van het gevaar te maken, een spijtige bijkomstigheid.
Een beetje als eentje die roept “Niet met Stijn Meuris”, een tweede die mompelt “Ja, ik heb ook geen zin in verkiezingen”, een derde die er een reden voor verzint, een vierde die er een Facebook groep voor opent, een vijfde die ze gretig een forum aanbiedt in zijn medium, en samen maken ze een beweging die als ze nog wat voortgaat uitmondt in lege stembureau’s en de democratie die ze eigenlijk wilde verdedigen volledig uitholt. Of niet, de zwerm weet waar ze begint, maar niet waar ze uitkomt. Zijn het sardienen in paniek, die recht in de mond van de tonijn die aanvalt zouden zwemmen, of net mieren die geduldig een pad zoeken naar iets nieuws, iets beters?

Van braken en Bracke

Dixit Meneer Jan Schiettekatte, over het campagnebeeld van de Gentse Feesten 2010: "Het weerspiegelt met een dansende dame de dynamiek van de Gentse Feesten. De dame kan zowel een participerende bezoeker zijn als een artieste op het podium.
Tijdens de Gentse Feesten is Gent zeer levendig en energiek, de stad is continu in beweging. De Gentse Feesten zijn een visueel en wervelend spektakel, zo ook het beeld voor deze 167e editie."

Maar … maar …

Het campagnebeeld van de Gentse Feesten 2010

Kijk er langer dan 3 seconden naar, en ge zijt gehypnotiseerd en ge begint te tollen. Plezant. Maar ik hou wel mijn hart vast. Als men die affiche op de Gentse Feesten zelf nog gaat laten hangen, zou ik het stadsbestuur toch adviseren om het aantal toiletten drastisch te verhogen. Of braakemmers te voorzien. Want ik wordt er net niet misselijk van als ik er in mijn huidige nuchtere toestand naar kijk, maar ik vrees toch serieus voor de reactie van mijn maag en hersenen als ik dit dansmarieke met een paar Irish Coffee’s binnen op de Vlasmarkt in het vizier krijg.

Van braken naar Siegfried Bracke. Het is maar een kleine stap. Nog meer affiche-lol? Kunt ge hebben met deze:

Siegfried Heil

Kijk er langer dan 3 seconden naar, en ge zijt gehypnotiseerd (ge gaat niet nv-a stemmen, ge gaat niet n-va stemmen) en ge begint te tollen. Van het ROFL’en. Siegfried Heil, ge zijt welgekomen bij de NV-A.

Natuur

De natuur presenteert zich dezer dagen op haar lieflijkst. Bloesems, ontluikende blaadjes, vogelgekwetter, bijtjes, phallus impudicussen, lente …
Maar vergis u niet, vrienden: het is een loeder. De natuur is een wreed serpent met een dubbel gezicht. Janus.

Zo ben je bijvoorbeeld een mereljong. Het ene moment ligt de wereld aan je klauwtjes. Bij de eerste warmte in een mooi nestje gelegd, drie weken geduldig uitgebroed door je ma, een maandje opgevoed en vetgemest door ma en pa. Tot je klaar was om te vliegen. De vrijheid tegemoet. Klaar voor een merelleven.
En dan, op je eerste aarzelende vlucht uit het ouderlijk nest, wordt je opgemerkt door een ekster. Zwartwit tettergat met vraatzucht. Die wellicht ook met jongen zit op haar nest, en die jongen graag groot wil krijgen, om ze uit te laten vliegen. Klaar voor een eksterleven.

En dan zit je in plaats van de wereld te ontdekken plots middenin de struggle for life. Een experiment van Darwin, over wie er het best is aangepast aan het leven: merels met gefluit en voorliefde voor wormen, of eksters met zin in alles en een scherpe bek.

Je ouders die er rond fladderden niet in staat de ekster af te leiden. Machteloos. Op paar seconden van de dood, nu al. En toen kwam ik buiten. En ging de ekster op de loop. Net als je merelouders.

Mereljong - aangevallen door eksters

Daar zit je dan. Je prille hersens kunnen er niet bij, ingeslagen als ze zijn. Het bloed voor je ogen. Daar gaat je geloof in de natuur, of toch in de lieflijke kant ervan.

Arm ding. Of ze het gehaald heeft, weet ik niet. Ik heb het mereljong niet te ver van de plaats van het voorval onder een struik gezet, in de hoop dat ma en pa merel er terug om zouden komen. Een half uurtje later was het weg. Op weg naar een merelleven?